Crossing Border belicht: Ino Kruysen

 
“Wat ik in de muziek bijzonder vind is wat ik in het leven bijzonder vind"
originele pagina op VPRO-site: link
 
Op woensdag 15 november is het zo ver, dan start Crossing Border 2006. Dit unieke festival vol literatuur, muziek, film, kunst en spoken word gaat voor de veertiende keer plaats vinden. De locatie is net als vorig jaar het Theater aan het Spui en de geluiden rondom het festival zijn louter positief. 3voor12/Den Haag belicht aankomende weken enkele acts die op Crossing Border staan. Als negende in de reeks is het woord aan Ino Kruysen.

Waarvan ken je het Crossing Border festival? En wat voor een band heb je ermee?

“Het Crossing Border festival ken ik al zeven jaar. Ik kwam een keer in Lokaal Vredebreuk en zag daar het adres van het Crossing Border festival op een soort flyer hangen. ‘Daar loop ik dus gewoon elke dag langs!’, dacht ik nog. Ik baalde een beetje want het was misschien nog maar twee weken voor dat festival van start ging en ik nam aan dat de programmering al helemaal dichtgetimmerd was. Totdat mijn vinger, de volgende dag (na het 24ste rondje langs die deur) ineens achter de bel bleef haken en ik mijn CD persoonlijk afgeleverd heb. Niet veel later ontving ik een contract in mijn bus voor een optreden op het Crossing Border. Dat was mijn eerste optreden op het Festival, in 1999.”

“Daarvoor had ik er hier en daar flarden over gehoord, het leek mij een mooie combinatie van disciplines naast elkaar en met elkaar verweven. De programmering leek me heel integer en met een groot hart voor de eigenheid van individuele uitingsvormen. Dat waren de eerste dingen die mij opvielen. Ik heb er nu een aantal keer opgetreden en ik ben nog niet op een dergelijk festival geweest waar de sfeer mij zo aanspreekt als daar. Het is overduidelijk dat het alles en iedereen met elkaar in verbinding brengt. Een warm bad van kleuren, geluiden en vormen.”

Vertel eens wat over de muziek die je gaat zingen.

“Ongeveer vanaf 1998 ben ik bezig met deze Latijns Amerikaanse muziek. Voor het klassieke repertoire dat ik zong, vond ik Latijns Amerikaanse liederen van Carlos Guastavino en Alberto Ginastera. Die trokken mij erg aan. In de bibliotheek kwam ik een CD van Victor Jara tegen en toen ik deze hoorde ben ik die met drie akkoorden op een gitaartje gaan oefenen en het liet me niet meer los. Niet dat ik al het andere meteen liet vallen, maar dit nam steeds meer plek in en dat is zo verder gegroeid. Er zat een gitariste in de zaal toen ik, na een klassiek optreden, een keer als toegift een lied van Victor Jara zong. Het leek haar geweldig om me daarbij op gitaar te begeleiden. Eindelijk meer dan drie akkoorden! En zo verschrikkelijk mooi gespeeld! Regina Albanez en ik hebben in het begin veel lopen zoeken naar de muziek die hier nergens te krijgen was. Gelukkig konden we veel van de Latijns Amerikaanse mensen hier krijgen.”

“De teksten staan voor mij bovenaan. Deze zijn voor mij de keuze of ik iets zing of niet. Ze zijn vaak ook prachtig van melodie, dat niet op z'n minst, maar de tekst weegt voor mij het zwaarst. De inhoud ervan gaat vaak over saamhorigheid, je licht in dit leven neerzetten, elkaar moed, kracht en support geven, natuur en wederom de verbinding daarmee. Het inspireert me en de manier waarop de tekstdichters al deze dingen beschrijven, in prachtige metaforen en beeldspraak. Dat vind ik weergaloos mooi.”

Hoe bereid jij je voor op Crossing Border? Is dat anders dan voor andere optredens/festivals?

“Ik ben er gewoon helemaal mee bezig. Meestal trek ik me een beetje terug voor een optreden, ik concentreer me op wat ik ga zingen en doen, herhaal teksten, speel ermee, probeer andere intonatie, ben erop gefocust. Dan merk je meestal aan me dat ik niet echt aanspreekbaar ben. Je kunt wel tegen me aanpraten, maar ik luister met een half oor naar je. Ik ben dan in mijn hoofd met mijn teksten of zingen bezig. Voor zover mogelijk probeer ik ervoor te zorgen dat alle dingen eromheen geregeld zijn, zodat ik me daar op dat moment niet mee bezig hoef te houden. Ja, ik zing in, daar begin ik 's ochtends al mee. Dan wat uren niet en dan weer voor het optreden. Maar nooit heel hard, veelal de plaatsing oefen ik.”

Wat is het meest rare wat je hebt meegemaakt tijdens een optreden?

“Jeetje, er gebeurt zo vaak iets idioots! Grappigs whatever, ik zou niet zo heel snel iets kunnen uitkiezen. Ik had bijvoorbeeld een optreden dat werd opgenomen door tv, maar omdat alles snel ging, make up, kleren enz. stond ik ineens voor de camera en had ik nog kauwgum in mijn mond (extra irritant want ik kauw zelden of nooit kauwgum). Ik moest al beginnen met zingen. Ik dacht: ‘dit is belàchelijk! ik moet die kauwgum ergens laten!’ Dus toen de camera even op de gitarist werd gericht, draaide ik me om en haal snel die kauwgum uit mijn mond Ineens was de camera weer terug! Ik weer snel omdraaien met de kauwgum in mijn hand en zing door. Verwissel van hand met de microfoon en de kauwgum zit aan de microfoon, leg mijn hand eroverheen,en frummel 't zo onzichtbaar mogelijk mijn mouw in. Nu hangt het zichtbaar in mijn mouw, dus frummel ik het zo onzichtbaar mogelijk verder afwaarts, naar achter mijn rug, in de ceintuur van mijn jurk, ‘my god wat een ordeal!’ denk ik nog onder het zingen, en probeer bij mijn tekst te blijven. Uiteindelijk is het wel goed verlopen, ik denk alleen dat ik redelijk motorisch gestoord ben overgekomen, hoewel niemand me daarover heeft aangesproken. Wel tikte iemand me 's avonds na het optreden aan: ‘mevrouw, U bent denk ik op een stuk kauwgum gaan zitten. Sorry, ik denk ik zeg 't U maar, anders loopt U er maar mee rond...’”

“Het leukste vond ik een keer toen ik aan het zingen was en er stond een hele rits
mensen op uit hun stoel. Ze liepen allemaal de rij uit. Ik dacht: ‘wat gebeurd er? Gaat iedereen "en masse" naar de wc of zo?’ Maar nadat ze zich uit de rij hadden gewurmd, stonden ze ineens voor het podium met bloemen en zongen mee met het nummer dat uit "hun land" kwam. Dat was hartverwarmend! Ik seinde of ze op het toneel wilden komen, daar hebben we de rest samen gezongen. Dat roert me en vind ik geweldig. En ook als iemand uit de band me raakt met zijn of haar spel.”

Wat is naast muziek, ook heel erg bijzonder voor je?

“Wat ik in de muziek bijzonder vind is wat ik in het leven bijzonder vind. Contact tussen mensen, onbevangenheid, verbondenheid, vinden, zoeken, aanraken, bewust zijn/worden, alles! Het blijft me allemaal opnieuw verwonderen en bezighouden. Maar misschien bedoelen jullie meer in termen van andere ”bezigheden”? Dan bijvoorbeeld: synchroon zwemmen, kunstschaatsen, duiken, op de zee zijn, rotsklimmen en vast nog meer waar ik nu niet aan denk. En recently natuurlijk baby neefje Stars, wanneer hij direct laat merken dat het eten niet is binnen te houden of hoe hij mijn wang in volle blijdschap aan flarden grijpt wanneer hij me begroet. Ik weet ’t niet ! Er is zoveel bijzonder.”

Wat moeten mensen over het algemeen meer doen?

“Moeten niks. Wat ik fijn vind, kan een ander misschien vreselijk vinden. Je gaat toch de weg die je "moet" gaan, waarvan je eerst dacht dat het niet goed was, blijkt ineens nodig te zijn geweest om Überhaupt ergens naartoe te gaan of ergens achter te komen. Dat wil niet zeggen dat je hierover niet je haren uit je hoofd trekt van frustratie soms en op een normale manier kaal worden is al pijnlijk genoeg. Maar anyway, als ik hierover echt iets zou willen antwoorden, zou het zijn dat mensen wat zachter naar zichzelf zouden kunnen zijn en zo vanzelf naar anderen. Dat we niet mee moeten gaan met de verharding van de wereld om ons heen, want dan laat je jezelf in de steek, en ook anderen. Ons niet laten verdelen en overheersen door angst, met elkaar voor elkaar vechten in plaats van tegen elkaar. Zichzelf en anderen vriendelijker, liefdevoller en geïnteresseerder benaderen meer in je hart zijn, meer tijd nemen en rust. En meer genieten!”

Hoe zoek jij je grenzen op?

“Jezus wat een vraag! is er nog een andere manier dan om dat te doen? Anders dan gewoon proberen integer te zijn en jezelf te blijven IN wat je doet.”

Crossing Border en Ino Kruysen...

“... zijn er allebei 16 november”

Ino Kruysen trad 16 november 2006 om 21:30 op bij James Canon in de Cascadeur.
 

Aangetrokken door de poëzie van Zuid-Amerika

 
door Bert Jansma

Iemand heeft haar ooit voor fado-zangeres uitgemaakt. Dat is ze dus niet. En salsa zingt ze evenmin. Al vind je haar cd 'Vals del equilibrio' in die omstreken in de bakken van de platenzaak.

Ino zingt Zuid-Amerikaanse liederen. De poëzie van de Chileen Victor Jara, van de Cubaan Silvio Rodriguez. En volksliederen uit de diverse Afro-latijnse culturen. "Ik voel me ontzettend aangetrokken tot de poëzie van die landen, de beeldspraak, de metaforen", zegt ze.

Wanneer je het verhaal van Ino hoort, lijkt het of niet zij de muziek, maar de muziek háár heeft gekozen.
"Ik ben als kind lang op Ibiza geweest. Daar heb ik leren lopen, leren tellen, met kinderen gespeeld", vertelt ze. Daar kwam de Spaanse taal. Maar ze ging klassieke zang studeren (haar vader was de zanger Bernard Kruysen) op het conservatorium. Na vier jaar ging ze er weg.

Ze werd er niet geïnspireerd, vond dat ze er te weinig kon zingen. En werd moe van de nadruk op techniek. "Niet dat ik techniek onderschat. Maar het is een middel. Ik weet hoe belangrijk techniek is om iets dan wel groot of juist heel klein neer te zetten. Maar soms dacht ik: die gasten lopen straks met zes vingers rond. Om nóg grotere akkoorden te kunnen aanslaan".

Ze kwam er wel de muziek van Ginastera en Guastavino tegen: "Prachtige muziek uit Argentinië. Toen ik die eenmaal had geproefd, liet die me niet meer los. Ik heb naar Argentinië gebeld en geschreven, maar daar werd toen niets geëxporteerd. Ik heb er twee jaar over gedaan om die te pakken te krijgen. Ik vond 't fantastisch, maar ik dacht niet ineens: nu doe ik geen klassiek meer".

Na het conservatorium vond Ino haar inspiratie op reizen en in Den Haag bij leraressen als Julia Bronkhorst en Cora van Doesburg. En tijdens een optreden in de Haagse Kuntskring was er opeens een gitariste in de coulissen die haar hoorde en 't 'te gek' vond wat ze deed en haar Zuid-Amerikaanse liederen ging begeleiden. "En nu heb ik een hele groep", lacht Ino bijna verbaasd.

Ze zingt Silvio Rodriguez ('die man die schrijft zo prachtig'), meer doorgecomponeerde liederen naast volksliederen. "Daar ben ik voorzichtiger mee, dat werk moet in je bloed zitten. Ik verander ze meestal naar mezelf toe, zodat het mijn song, onze muziek wordt".

Daarnaast ontdekte ze de zwarte latijns-Amerikaanse composities. "Muziek die door de slaven is meegenomen en die is samengesmolten met de muziek daar. Zoals de Afrikanen daar ook samensmolten met de bevolking. Ze werden broeders in het leed onder de Spaanse overheersing. Die muziek is ritmischer, bestaat vaak uit zang en tegenzang en repeterende teksten over hoe hun voorouders werden meegevoerd met de boot. Mijn hart gaat naar beide soorten muziek uit".

De muziek van Ino Kruysen raakte de laatste jaren in een stroomversnelling. Een cd, een reeks optredens in o.a. Diligentia en op Crossing Border vorig jaar. Een tweede cd is onderweg.

Ze heeft inmiddels een nieuwe groep om zich heen. Met musici uit verschillende culturen: "Iedereen mag zijn eigen dingen inbrengen. Ik wil niemand beperken. Ik vind 't heerlijk om de inspirator te zijn".

 

Zangeres Ino Kruysen beleeft
haar muziek

 
Joke Korving

De soldaat, enige overlevende van een oorlog, ligt op de grond. Boven zijn hoofd cirkelt een zeemeeuw. De man kijkt ernaar en ziet de bewegingen van de vogel, zijn 'wals van balanceerkunst, zijn ongelooflijke balans'.

'Gaviota, gaviota', zingzegt Ino Kruysen als we haar vertellen dat dit onze favoriet is van haar cd 'Vals del equilibrio'. "Het is een prachtlied", knikt ze.

'La Maza' is nog zo'n nummer dat je grijs draait. "Dat gaat over het geloof in leven, in de pijn en de vreugde", vertelt de Haagse. "Die zijn immers inherent aan elkaar; je grootste vijand kan je beste leermeester zijn. Het lied vertelt 't vechten om te overleven en het vieren van het leven. Dat je voor al deze gevoelens woorden kunt vinden en die ook nog mooi op muziek kan zetten. Dat is toch grote klasse".

De Cubaan Silvio Rodriguez schreef tekst en muziek voor zowel 'La Gaviota' als 'La Maza'. Ino Kruysen kwam via, via aan zijn muziek. Inmiddels kent Rodriguez haar cd. De Cubaan reageerde enthousiast en stuurde haar nieuwe nummers. Die is zij nu met haar band aan het bewerken.

Tekst

"Van de tekst blijven we af, maar de muziek is soms onherkenbaar. Als volgens ons bij een bepaald lied bijvoorbeeld de Japanse fluit past, dan doen we dat. Het bewerken gebeurt natuurlijk wel heel integer".

Percussionist Ignas te Wiel bespeelt de Japanse fluit. De andere bandleden zijn Reinhold Westerheide (gitaar), Alfredo Pechler (percussie) en bassist Eric Surmenian.

Haar eerste cd, die vorig jaar is verschenen, heeft veel teweeggebracht. Zo heeft de zangeres in oktober meegewerkt aan het Crossing Border Festival en gaf zij onlangs een concert in Diligentia. Dat theater heeft haar ook voor 2000 uitgenodigd. Er zijn optredens in Duitsland gepland en Ino is gevraagd voor het programma 'Goedendag Peru'.

"Ze hadden van vrienden mijn cd gekregen. 'Waar kan ik haar bereiken', vroeg de programmamaker. De Peruaan was verbaasd toen hij hoorde dat ik in Holland woon".

Spaans is voor Ino Kruysen een soort tweede moedertaal. Vanaf haar geboorte verbleef zij met haar ouders tijden achtereen op Ibiza. Ze kreeg er vriendinnetjes en leerde het Spaans spelenderwijs. De zangeres brengt mensen nogal eens in verwarring. "Peruanen denken dat ik uit Argentinië kom en volgens Spanjaarden ben ik een Zuid-Amerikaanse. Ik voel me gevleid; in ieder geval heb ik geen Nederlands accent", grinnikt Ino.

Zij studeerde klassieke zang aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Tegelijkertijd nam zij les in Afrikaanse percussie. Na haar opleiding studeerde ze in Londen bij de operazangeres Gita Denise.

Naast haar solo-optredens werkte de Haagse ook mee aan verschillende theaterproducties. Halverwege de jaren negentig begon ze langzaam een klein repertoire op te bouwen van Zuidamerikaanse liederen. Dat bracht ze met gitariste Regina Albanez op lunchconcerten in het Amsterdamse theater De Rode Hoed.

Haar broer, de beeldhouwer André Kruysen, gaf haar het laatste zetje om hiermee door te gaan. "Hij zei tegen me dat als hij weer door de cd-bakken bladerde, hij me daar wilde tegenkomen. Ik had zelf nooit aan een cd gedacht, maar wilde het wel proberen".

De zangeres stuurde een bandje naar de maatschappij Syncoop, waarna het snel was bekeken. Ze gaat heel zorgvuldig te werk bij de repertoirekeuze. "Wat ik wil zingen, is in Nederland bijna niet te vinden. Ik krijg de nummers meestal van Cubanen en Peruanen die hier wonen".